Posts tonen met het label Grote Roze Babywolk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grote Roze Babywolk. Alle posts tonen

dinsdag 16 augustus 2011

Babybrabbels



Mijn lieve Belle krijgt babbels. En met de babbels krijgt ze al een heel vocabulaire. Ik herken ondertussen zes mededelingen van haar kant, een score dat me best wel een beetje trots maakt. Ik techneut met talendeuk heb mijn eerste woordenboekje geschreven.

miieehiieehiieemieemieemieehieehiee: Ik wil mama. Of ik wil de borst.
Of ik wil beide. Maar til me NU op!

MehMehMeh: Olifantentut waar ben je? Ah, olifantentut, daar ben je.
Olifantentut, ga je mee. Kijk, olifantentut, daar ligt de kat. Diverse variaties op dit thema zijn, natuurlijk, mogelijk.

smak, klak, smek [Geluiden gemaakt met de tong minstens een cm buiten de mond]: Ik zie iets waarvan ik vind dat het eetbaar is en waar ik wel trek in heb. Regel dus NU even dat ik het mag eten.

WOOOOEEEEHAAAAAAHHHHHHWOOOEEEHHWOOOEEH: Ik ben het er niet mee eens dat je dat van me afpakt, dat je me omduwt, dat dit stukje speelgoed niet doet wat ik wil, dat ik sta en niet zit, dat ik zit en niet sta, dat ik in bedje gelegd ben omdat ik moe ben.

sprrrlttrrrt [inclusief speeksel]: Stormvogel (of alternatief speelkameraadje)

sprrrlttrrrt [exclusief speeksel]: Poepbroek

zaterdag 13 augustus 2011

Het einde van de mamamelkmachine

Afgelopen week was ik ziek. Maandag en dinsdag zelfs zo dat mijn hersencellen op standby stonden. En ik er dus niet aan dacht om te kolven. En het zotte was, ik merkte het niet. Geen ploftieten, geen stuwing, geen gelek. Ja, dinsdagochtend merkte ik het, toen ik in de koelkast misgreep - geen melk. Gelukkig had ik vriezervoorraad.

Nou was dit voorheen reden geweest voor grote paniek, en een stressaanval die mijn maagontsteking een randje dichter naar de afgrond had gebracht. Maar die bleef dus uit. En toen ik dinsdag het kolven voor de tweede keer vergat was het gesprek geopend. Tussen mij en mij, tussen mij en mijn lief en tussen mij en Belle.

Hoeveel drinkt mijn meisje nou nog overdag bij me? Tsja. Twee, soms drie keer. En dan vijf minuten, max. Met de nodige onderbrekingen. (Hee, wat doet de stormvogel nou?) Maar hoeveel is dat nou echt? En wat drinkt ze op de Koe nou gemiddeld? Uhm... gemiddeld een 80cc, en de rest gaat door de gootsteen. Uitschieters daargelaten. Het zet niet echt zoden aan de dijk.

En dus viel het volledig ontspannen en logische besluit dat ik stop met kolven. Mijn meisje mag de vriezervoorraad opmaken, en dan krijgt ze daarna, als ze negen maanden en een week is, poedermelk mee naar de Koe. En het voelt ok, het voelt goed dat ik deze keuze nu maak.

Overdag, thuis, krijgt ze met de lunch ook een kleine fles poedermelk, 120cc. En verder mag ze gewoon haar mama-comfort blijven halen. Zolang mijn borsten die onbalans tussen de dagen van de week toestaan. En volgens mij loopt die onbalans wel los, dus dat komt wel goed.

En de avondvoeding en nachtvoeding, die houden we er lekker nog even in. Ze is nog lang geen 1.

vrijdag 5 augustus 2011

Het einde van een fase (1)


Mijn lieve kleine freule, mijn mooie bloeiende bloem. Wat ga je hard kleine meid; wat word je ontzettend snel groot! Zitten en kruipen en staan doe je alweer een tijdje, zodanig dat je al vol zelfvertrouwen rondscharrelt door huis en tuin. Dat je je een paar weken geleden voor het eerst optrok tot staan aan je little people boerderij, daar ben ik ondertussen ook alweer van bijgekomen. Ik verdedig het niet meer als 'verticaal kruipen' maar vertel trots dat, ja, mijn kleine meid staat al. En dan moet ik je af en toe wel verdedigen hoor, want sommige mensen vinden het belachelijk dat een kind onder de zes maanden al zoveel kan. Maar, *schraap keel*, je bent al bijna acht maanden, je bent gewoon een prachtig mooi klein en fijn poppetje.



Je bent nu acht maanden en twee weken en een dag oud en je stapt trots langs de bank, papa's been en de salonkist. Je zit niet meer in je schommelstoel. En ook de box heeft zijn charme verloren. Dit weekeind moet de bezem er maar eens door. Door de woonkamer, de keuken, de slaapkamer en uiteindelijk ook door mijn hart. Want je bent geen kleine baby meer. Officieel ben je misschien nog lang geen dreumes, maar, lieve kleine dreutel van me, je bent allang geen kleine baby meer. Je groeit, je rent, je vliegt... het is een groot plezier om naar je te mogen kijken, naar elke ontdekking die je doet. En ik heb bewondering voor die ontzettende ontdekkingsdrang van je, de drang om te ontdekken wat er na de volgende hobbel te vinden zal zijn.


dinsdag 26 april 2011

Ho nou, stop nou, niet zo snel...

Mijn lieve kleine moppie, mijn krachtige freule Bellefleur. Ze wordt alweer groot, groter dan een zuigeling, groter dan een pasgeboren wurmpje. En ik kijk er met weemoed naar. Ho nou, stop nou, niet zo snel... lieve meid, je hebt alle tijd.

  • Maar Bellefleur rolt, van buik naar rug en als ze zich verplaatsen wil door naar de buik, en de rug en de buik.
  • En Bellefleur kronkelt en trappelt en gilt zichzelf in een slangenbeweging voorwaarts, daarheen waar ze heen wil.
  • Belle ligt op haar buik, drukt zich op, steunt op haar ellebogen en pakt het speelgoed dat ze hebben wil
  • En nog erger, Belle, mijn kleine meiske, draait zich op haar zij of buik, raapt haar speen op en stopt die zelf (terug) in haar mondje
  • Om vervolgens op haar zij gerold in slaap te vallen. Mijn kleine schatje ligt niet meer stil, maar slaapt tegenwoordig in foetushouding. Rustig dwars in haar wiegje gepropt.


  • Ze trappelt zichzelf in mijn handen naar staan, en staat dan rustig tien tellen stabiel om zich heen te kijken.
  • Ze eist dat ze zittend kan spelen, en dat ze zittend in 30 seconden tot een calzone afglijdt vindt ze niet erg.

  • Mijn lieve kleine meid eet als een bootwerker, en eist meer en verkondigt dat ze ook stukjeseten van onze borden wil
  • Mijn kleine lieve moppie woog afgelopen vrijdag bij het consternatiebureau de maffia 5760 grammen en was alweer 63 cm lang

Mijn krachtige freule, ze weet wat ze wil. Eist het op, verkondigt het aan de wereld. En ze wil groot worden. Bestudeert met intense blik de grotere kindjes op de Koe, en vraagt aan haar grote broer goedkeuring voor haar prestaties. Ze beseft zich dondersgoed dat oefening de weg naar perfectie is en legt zich 24 uur per dag toe op deze continue oefening. En moeders? Die kan het niet meer bijbenen, wenst dat ze een weckpot had, wou dat ze wist waar de noodrem zat. Ik ben nog niet klaar met deze fase.

Toch wel sterk, dat het afsluiten van de fases zoveel moeilijker is bij een tweede kind dan bij een eerste. Bij de stormvogel stonden wij juichend langs de zijlijn bij iedere stap die hij voorwaarts zette. Ubertrots waren wij toen hij zat met vier maanden, en liep met tien maanden. En nu,heb ik moiete met het afsluiten van de fases van zwangerschap, geboorte en kleine baby. Moeite om me erbij neer te leggen dat het allemaal nooit meer terug komt. Zelfs mijn lief zei vanavond: over drie jaar toch weer eentje maken? Uhm... ja?!


Maar nee, het is goed zo. Ik heb een perfect gezin in een perfect huis. En ja, dat klinkt burgerlijk, oubollig en truttig, maar ik ben intens gelukkig. Een derde kind zou voor mij een te groot risico vormen op dat geluk - met mijn extreme bekkeninstabiliteit is de kans reeel aanwezig dat mijn bekken een derde niet overleeft, dat herstel geen optie meer is, en deze moeder blijvend invalide wordt. En je weet nooit hoe een derde in het pact zou passen dat tussen de stormvogel en de freule al is gesmeed. Nee echt, het is goed zo.

En toch...


Afgelopen nacht lag ik naar haar te kijken terwijl ze droomde. Zeker tien gezichtsuitdrukkingen per minuut trokken langs. Lachen, lachen, eten, lachen, eten, eten, huilen, eten, lachen. Ondertussen trappelde een voetje de ritmische cadans van pret, terwijl de handjes zich ontvouwde en opvouwde als bloemen in de zon. Ze heeft het er druk mee! Als ik vannacht nou eens met haar meedroom, lukt het me dan om met haar mee te groeien en deze fases af te sluiten?

donderdag 7 april 2011

Proeven en eten

Mijn kleine meisje zag het wel zitten, dat eten. Als zij bij ons op schoot zat tijdens het avondeten werd en driftig gekeken, gesmakt en vooral gekwijld. Dus doopte mijn lief zijn pink in de vanille vla en liet dat aan ons meisje proeven. Twee grote ogen, twee driftig trappelende voetjes. Dat vond de freule wel wat.

Het kon natuurlijk niet bij proeven blijven. De keren dat ze na het vla-experiment bij ons op schoot zat trok ze met een Hercules inspanning haar buikspieren hard aan om zo haar snoetje in dat bord vol heerlijkheden in te graven. Althans, ik denk dat ze daar op mikte. Want in de praktijk zou dat voorhoofd en tafelrand betekenen, ware het niet dat wij gelukkig oplettend genoeg zijn.

Dus. Deze dame is rijp voor eten. Vindt ze. En dus gaat moeders ook voor haar koken.

Aangezien ik voor een aantal dingen allergisch ben zouden we het beste met groente kunnen beginnen, zeggen ze. Daarbij gaan ze er natuurlijk volledig aan voorbij dat mijn allergien niets met fruit te maken hebben, maar soit. Worteltjes it is. Drie worteltjes gestoomd en geblenderd. Een meisje achter een overgrote slab. En met het aanvliegen van een lepeltje werd gehijgd van blijheid en getrappeld van anticipatie. En met het afhappen van het lepeltje werden de ogen groot. Worteltjes, hoera! En na twee keer smakken werden de wortels weer vakkundig naar buiten gebonjourd. Blegh, worteltjes. Het gehele theater heeft zich een hap of wat herhaald, waarna mijn meiske heerlijk tevreden is gaan slapen.

Inmiddels zijn we een week verder. Mijn meisje geniet van bloemkool, broccoli, sperzieboontjes met tomaat, snijboontjes en wortel. Met overal lekker een stuk aardappel bij. En eet daar stevige porties van - drie eetlepels vol is niets.

Maar wat nou zo grappig is. Ze geniet van haar groenten. Maar met fruit, lekker zoet fruit, hoef je niet bij haar aan te komen.

woensdag 23 maart 2011

It's all in a name.

Toen ik op twitter begon te schrijven over mijn fantastische kleine zoon realiseerde ik me al snel dat ik daar niet zijn eigen naam voor wil gebruiken. Alles wat ik nu op internet over hem gooi staat daar de rest van zijn leven en langer. Nou heeft mijn lieve zoon ook een tweede naam, eentje die perfect bij zijn karaktertje past. Storm. Soms driftig, soms druk, altijd Storm. En de verbastering naar Stormvogel... tsja, dat past gewoon. Dat past zo goed dat hij zich aangesproken en beledigd voelt als ik hem in het echte leven zo noem.

En toen kreeg ik een geweldig prinsesje erbij. En ja, die moest ook een internetalias krijgen. Want ook haar wil ik het niet aandoen dat de pestkoppen en toekomstige liefdes in haar klas alles kunnen nalezen over haar spuitluiers, haar borstmomentjes en haar schattige gebrabbel. In eerste instantie verbasterde ik haar naam tot Belle. Alleen leek dat nog veel te veel op een afkorting van haar echte naam. Eentje die ik in het echte leven ook nog eens niet wil gebruiken ook. Dus ik was er nog niet klaar mee.

Nu, vier maanden en vier dagen later kwam ik met hulp van de twitteraars uit mijn timeline eindelijk uit op haar virtuele naam. Eerst verbasterde Belle al tot Bellefleur, een naam die voelt naar Franse adel, een naam voor een prinsesje. Maar het voelde nog niet 'af', er miste nog iets. De toevoeging kwam op een hele vroege ochtend: Freule Bellefleur. Perfect. Een naam voor een prachtig mooi meisje. Een naam voor een meisje dat met haar lach de hele wereld om haar vingers windt.  Dat onderzoekend, ondeugend en soms ook zelfingenomen de wereld in kijkt. Een naam die zingt als een liefdesliedje voor een meisje dat zich als een mooie bloem in het leven ontvouwt.

Lieve Freule Bellefleur, kleine Belle, vrolijke freule, mooie bloem - hierbij geef ik jou met gepaste trots je virtuele naam.



Met dank aan een aantal twitteraars... jullie weten wie!

woensdag 26 januari 2011

De geboorte van een meisjesmoeder.

Vier jaar geleden was ik zwanger van de stormvogel. Met een groeiende buik had ik veel dromen en verwachtingen aan die kleine gup die daarbinnen rondzwom. Wat hoopte ik dat hij een jongen, een manneke, een binkie zou zijn. Want ik kon mijzelf toch echt niet als meisjesmoeder zien. Ik was toch meer een jongensmoeder? Altijd aan het klussen. Wars van strikjes, lintjes, ruches, kant of andere opsmuk. Niet in het bezit van make-up of haartrutterijen. Nee, dat getut, daar zou ik niet gelukkiger van kunnen worden.

En mijn droom werd bewaarheid. Op 11 oktober 2007 legde mijn eigen lief een prachtig klein kereltje voor het eerst op mijn buik. Wat een prachtdroom. Een jongen vol energie. Stoeien, rennen, klussen, verbouwen, sleutelen. Ook een jongen die graag in de keuken staat en een geweldige ijdeltuit is. Maar een echte jongen desalniettemin. Ik genoot van mijn rol als jongensmoeder. Trots op zijn eerste blauwe oog. Bevreesd voor zijn eerste gebroken arm.

Toen werd er in huize KvW gesproken over een tweede kind. En stiekem van binnen hoopte ik dat de tweede dan toch een meisje zou worden. Dat ik de kans zou krijgen ook de rol van meisjesmoeder te ervaren. Ik werd zwanger. Ziek, zwak en misselijk. En boven de WC pot realiseerde ik me dat dit niets anders kon zijn dan een meisjeszwangerschap. Vraag me niet waarom, die wetenschap vloog bij mij naar binnen terwijl het ontbijt de omgekeerde route volgde.

Ik vertelde mijn droom en mijn verwachting aan vele toehoorders, maar kon niet anders dan wachten tot de besteldatum van mijn kindje om te zien of mijn beeld klopte. Nou ja, niet anders? Ik kon prima bij verschillende winkels en webwinkels de allermooiste meisjeskleren kopen voor mijn droom. Want ik was stellig overtuigd van mijn gelijk. Terwijl de rest van de wereld mij vertelde dat ik moest afwachten had ik mijn hele beeld en haar hele klerenkast al ingekleurd. En terwijl ik bij de zwangerschap van de stormvogel iedereen die het maar wilde horen vertelde dat als hij al een meisje zou zijn hij geen roze, geen rokjes, geen strikjes, geen trutjes aan zou krijgen, deed nu roze de intrede in huize KvW.

Ik moet toch wel de geweldigste geluksvogel op de wereld zijn, want ook deze droom werd waar. 18 november 2010 kreeg ik mijn kleine mooie meiske voor het eerst op mijn borst gelegd. Ik heb wel tien keer onder de doek gekeken of het klopte. Ja, het klopte. Ik was moeder van een dochter.


En vanochtend keek ik in het mandje van mijn dochter, en zag ik dat ik ook een echte meisjesmoeder kan zijn. Mijn kleine stoere meid heeft haar eerste rokje aan.

En als ik nu in de klerenkast van mijn Belle kijk zie ik roze en paars, ruches, kant en strikjes. In de la liggen lieve haarspeldjes te wachten op langere lokken haar. Deze meisjesmoeder is helemaal los, en geniet ook daar volop van.

dinsdag 25 januari 2011

Moeders wenochtend op de kinderopvang

En dan is het zover, dan breng je ook je tweede kind 's ochtends naar de kinderopvang. En iedereen, van de buurvrouw, tot de juffen, tot het gezelschap op twitter wenst je succes en sterkte. OK, schijnbaar heb ik dat nodig... al die harten onder mijn riem. Maar heb ik dat wel?

Drie jaar terug bracht ik onze stormvogel voor het eerst naar het Koetje. Een kinderopvang waar ons manneke samen met een ander jongetje de eerste twee klantjes waren. Wat had ik het moeilijk, om mijn kleine manneke daar achter te laten...

 ...Het manneke dat al drie maanden lang huilde tenzij hij rondgedragen werd in de aardappelzakhouding. Krampjes dacht iedereen. Nou geloof me, we hadden het liever over KRAMPEN, dat was realistischer.

 ...Het manneke dat nog weinig vermaakmogelijkheden ontdekt had, doordat hij ieder wakend uur brullend doorbracht. Oftewel het manneke dat in mijn beleving 24-uursaandacht nodig had.

 ...Het manneke dat mijn eerste kind was, en die samen met mij de ontdekkingsreis aan het maken was wie ik kon zijn als moeder. En ik wist niet of ik dat wel kon, werkende moeder zijn. Of deze stap in het moederschap de juiste was.

Nu, drie jaar later, bracht ik zijn kleine zusje voor het eerst naar de kinderopvang. Een geweldige opvang op een boerderij waar de kinderen in de regel in de buitenlucht spelen, tussen de kippen, koeien, paarden, schapen en konijnen ronddartellen. En onder de modder en koeienpoep thuiskomen en driftig vertellen dat konijnenkeutels anders smaken dan drop.

En ik breng een kleine meiske naar de opvang dat lekker vrolijk kletst tegen het speelgoed. Een meiske dat lief lacht naar alles wat beweegt. Of stilstaat. Een meiske die prima in staat is om alle juffen om haar vingertjes te winden en meer dan alle zorg en liefde op te eisen die ze nodig heeft om een grote stoere kleuter te worden in de vier jaar tijd dat ze daar is.

Nee, ik had het vanochtend niet moeilijk om mijn kleine prinsesje op het Koetje achter te laten. Ze is in zeer goede handen en kan het als persoontje prima aan. Waar ik wel moeite mee had? Om aan het einde van de ochtend haar kleine slapende lijfje uit de handen van haar verliefde juf te peuteren. Om vervolgens haar jasje aan te doen, wat in haar ogen gelijk staat aan marteling. En om haar in de maxi cosi mee naar huis te nemen, wat voor haar gelijk staat aan foltering.

Wat een grenzenloos verschil... Ligt het aan mij? Ben ik gegroeid als moeder dat ik kan loslaten? Of ben ik gekrompen als moeder dat ik haar zomaar kan afstaan? Ik hou het er maar op dat ik moeder ben van twee geweldige kinderen, die de wereld aangaan zoals het is.